Wat er echt toe doet


22-04-2014

Ik ben mediator. Maar van oorsprong verpleegkundige. En ik kan daarmee zeggen dat ik de twee mooiste beroepen van de wereld uitoefen.

Als verpleegkundige sta je geregistreerd in het Beroepen Register Intramurale Gezondheidszorg (BIG). Ik ben aan mijn BIG-registratie bijna net zo gehecht als aan mijn registratie van de Mediatorsfederatie Nederland. Om aan de registratie eisen te voldoen, moet ik met regelmaat een paar uur als verpleegkundige werken. En dat doe ik met veel plezier.


Anneke van Teijlingen

Zodoende zit ik af en toe een nacht lang aan het bed van iemand die heel ziek is. Ik dien morfine toe aan iemand die veel pijn heeft of verleen de laatste verzorging bij overlijden. Laatst kon de cliënt in kwestie niet slapen en hebben we een groot deel van de nacht gepraat.  Praten met het geluid van de zuurstofapparatuur op de achtergrond,  midden in de nacht, met een kopje koffie voor mij en het zachte zoemen van de morfinepomp voor hem. Het geeft een bijna serene sfeer, waarbij uiterlijkheden er niet meer toe doen. 


Deze meneer vertelde over zijn leven in de politiek. Altijd onberispelijk, netjes in het pak. Een strategische denker, die zijn politieke beslissingen nam zoals hij de beslissingen nam over zijn kinderen. Voor- en nadelen afwegend, zoekend waar het meeste voordeel te behalen viel. Nu ligt hij vermagerd in bed, in een t- shirt dat van achter is opengescheurd zodat omkleden niet zoveel pijn doet. En hij heeft spijt. Spijt van de ruzies, van de druk die hij op zijn dochters uitoefende. Hij wilde dat ze presteerden, dat zij lieten zien wat zij waard waren. Zij wilden een vader, iemand die er voor ze was, hoopten op onvoorwaardelijke ouderliefde. 


Nu ligt hij in de nacht te praten met een vreemde zuster. Gebrouilleerd met twee van zijn drie kinderen. Hij schudt zijn hoofd als hij terugdenkt aan de conflicten die hij heeft gehad. Over de keuzes van zijn kinderen, over zijn eigen keuzes. En hij zou willen dat hij alleen maar tegen ze kon zeggen dat hij van ze houdt. Hij denkt terug aan het moment dat hij ze voor het eerst hielp met fietsen, aan de eerste uitvoering van school. En hij mist ze. 


Hij pakt mijn hand vast. Ik knijp er zachtjes in, haal een washandje over zijn voorhoofd. 


Als ik naar huis ga, ben ik een beetje betere mediator. Ik weet weer wat er echt toe doet. 



Bron: mediator.nl