Rechtbank Amsterdam start pilot mediation in faillissementen


08-05-2012

Rechtbank Amsterdam start pilot mediation in faillissementen. Met deze pilot wordt gezocht naar een snelle, kostenefficiënte oplossing waar partijen zelf invloed op kunnen uitoefenen. Deelname is vrijwillig en er worden specifieke eisen aan de mediator gesteld.


Mediation in faillissementen is een relatief onbekend begrip, maar wie grondig kijkt zal zich er niet over verbazen: meerdere partijen betrokken bij een conflict, met tegenstrijdige belangen, maar ook met een enorm gezamenlijk belang. Iedereen wil immers zoveel mogelijk schulden aflossen: de crediteuren willen graag hun geld, de debiteur wil een periode afsluiten. De rechtbank van Amsterdam doet een pilot en bracht onderstaand persbericht naar buiten. Een aantal elementen springt in het oog:
  • Het kostenbesparende element is een van de drijfveren, als alternatief voor een kostbare, juridische procedure. De mediators hanteren een eenheidstarief (vast uurtarief) en na iedere bijeenkomst wordt geëvalueerd waarbij ook het kostenaspect wordt betrokken.
  • De rechter-commissaris, curator of een belanghebbende partij kunnen het initiatief nemen, maar de rechter-commissaris moet toestemming geven.
  • De rechter-commissaris speelt geen rol in de mediation zelf, maar moet wel instemmen met de gekozen oplossing. De inhoud van de mediation is geheim.
  • De mediation is vrijwillig en weigering heeft geen nadelige consequenties.
  • Ervaren rechtbankmediators met een relevante achtergrond begeleiden deze mediations.
  • De mediators hanteren een eenheidstarief (vast uurtarief).
  • De volgende procedures worden expliciet genoemd:
    • renvooiprocedures (procedure over de vordering van een schuldeiser);
    • procedures op grond van bestuursaansprakelijkheid;
    • onrechtmatige daad;
    • pauliana (vordering op grond van benadeling van schuldeisers); en
    • debiteurenincasso.

Rechtbank Amsterdam start pilot mediation in faillissementen

Amsterdam De rechtbank Amsterdam begint een pilot mediation in faillissementen. Doel is om te onderzoeken of procedures van of tegen de curator via mediation sneller en tegen lagere kosten kunnen worden opgelost. De kans wordt dan groter dat er meer geld overblijft voor de crediteuren. Mediation kan ook worden ingezet om een faillissement te voorkomen. De behandeling van de faillissementsaanvraag kan worden aangehouden om eerst te onderzoeken of partijen via een mediation tot een oplossing kunnen komen. ?Mediation zou toegepast kunnen worden voorafgaand aan mogelijke renvooiprocedures (procedure over de vordering van een schuldeiser), procedures op grond van bestuursaansprakelijkheid, onrechtmatige daad, pauliana (vordering op grond van benadeling van schuldeisers) en daarnaast debiteurenincasso.

Kortlopend traject

Mediation kan gestart worden op initiatief van de rechter-commissaris in het faillissement, de curator of een belanghebbende partij. De curator zal wel toestemming van de rechter-commissaris moeten hebben voor deelname aan een mediation. Uitgangspunt is een kortlopend traject waarin het voor de deelnemers snel zichtbaar wordt dat geschillen door middel van mediation kunnen worden opgelost.

Mediators met praktijkervaring

De mediationtrajecten worden begeleid door ervaren rechtbankmediators met een voor de faillissementspraktijk relevante achtergrond. In het kader van deze pilot hanteren de mediators een eenheidstarief. De rechter-commissaris neemt geen deel aan de mediation, maar dient in het kader van zijn toezichthoudende rol wel in te stemmen met een in de mediation bereikte oplossing. Voor de te volgen procedure is een protocol opgesteld.

Oproep

De rechtbank roept curatoren, belanghebbenden en rechters-commissaris op om in voorkomende gevallen geschillen aan te melden bij het Mediationbureau van de rechtbank. De pilot past binnen het door de Minister van Justitie en Veiligheid uitgesproken voornemen om geschiloplossing door mediation te bevorderen. Voor nadere informatie: Afdeling Voorlichting en Communicatie rechtbank Amsterdam ?

Protocol Pilot Mediation in Faillissementzaken 17 april PROTOCOL PILOT MEDIATION IN FAILLISSEMENTEN

Inleiding

De Rechtbank Amsterdam wil met een pilot onderzoeken of mediation in faillissementen kan leiden tot een voor betrokkenen bevredigende(r) oplossing van geschillen waarover anders in de verificatievergadering, renvooi- of andere (faillissements)procedures moet worden beslist. Met mediation kan een snelle, en daarmee voor partijen ook kostenefficiënte, (deel)oplossing worden bereikt, waarop partijen zelf invloed kunnen uitoefenen. Daarvoor is, naast de wil van partijen om er samen uit te komen, van belang dat de mediator in staat is om partijen (en eventueel hun adviseurs) actief te begeleiden naar een oplossing (van belangen naar begeleid onderhandelen naar resultaat). De volgende uitgangspunten en overwegingen hebben bij het opzetten van de pilot een rol gespeeld:
  1. Het meedoen aan de mediation (en daarmee aan de pilot) is vrijwillig. Eventueel niet meedoen heeft voor partijen geen nadelige consequenties;
  2. De mediators die meedoen aan de pilot besteden > 50% van hun tijd aan zakelijke mediations, hebben in principe een juridische (en voor faillissementen relevante) achtergrond, en zijn in staat (en beschikbaar) om partijen actief te begeleiden naar een oplossing die voldoende recht doet aan de wederzijdse belangen;
  3. Met de mediators die aan de pilot meedoen is een vast uurtarief afgesproken. De mediator dient aan het einde van iedere mediationbijeenkomst met partijen te bespreken of het vervolgen van de mediation nuttig en nodig is en dient bij de met partijen te maken afwegingen ook het kostenaspect te betrekken;
  4. Gemiddeld genomen wordt binnen 2 à 3 mediationbijeenkomsten duidelijk of, en hoe, partijen er met elkaar uit gaan komen en wat daar nog voor nodig is;
  5. Geheimhouding is een belangrijk onderdeel van mediation. Daarin wordt voorzien door een (als bewijsovereenkomst te kwalificeren) geheimhoudingsbepaling in de mediationovereenkomst op te nemen. Dit maakt mogelijk dat partijen in de mediation volledige openheid kunnen betrachten en voorstellen kunnen doen, zonder dat dit later, mocht de mediation niet slagen, eventueel tegen de andere partij kan worden gebruikt;
  6. In het kader van de toezichthoudende rol van de rechter-commissaris in faillissementen heeft de curator de toestemming nodig van de rechter-commissaris voor (o.m.) het aangaan van een vaststellingsovereenkomst. In de mediationovereenkomst wordt in dit verband een bepaling opgenomen ertoe strekkende dat ten opzichte van de rechter-commissaris de geheimhouding niet geldt indien en voorzover de rechter-commissaris inhoudelijk op de hoogte moet worden gebracht in verband met het uitoefenen van diens wettelijke taken (waaronder het verlenen van toestemming voor het aangaan van een vaststellingsovereenkomst) zoals neergelegd in de Faillissementswet.

In overleg met de rechters-commissaris faillissementen heeft het Mediationbureau van de Rechtbank Amsterdam voor de pilot het volgende Protocol opgesteld: Protocol Pilot Mediation in Faillissementzaken 17 april Protocol
  1. Indien de rechter-commissaris in een lopend faillissement meent dat een geschil (een vordering van of tegen de boedel) zich zou kunnen lenen voor oplossing via mediation bespreekt hij dit met de curator. Het initiatief kan ook van de curator of belanghebbende partij uitgaan.
  2. Indien de curator het met hem eens is wordt de andere partij door het Mediationbureau van de rechtbank telefonisch benaderd met de suggestie om een oplossing via mediation te onderzoeken. Het Mediationbureau zal desgewenst verdere uitleg en informatie geven over mediation.
  3. Bij een positieve reactie bespreekt het Mediationbureau met beiden de keuze van de persoon van de mediator op basis van de lijst met mediators die aan de pilot meedoen, de kosten en het verdere traject.
  4. Als mediator komen alleen in aanmerking rechtbankmediators (van de Rechtbank Amsterdam), met in principe een juridische (en voor faillissementen relevante) achtergrond, die > 50% van hun tijd aan zakelijke mediations besteden en in staat zijn (en voldoende beschikbaar) om partijen (en eventueel hun adviseurs) actief te begeleiden naar een oplossing.
  5. Zodra partijen een mediator hebben gekozen ontvangen zij van het mediationbureau een standaardbrief met informatie. Partijen maken ook een afspraak over de kosten van de mediation (vaak worden deze gelijkelijk verdeeld tussen partijen, maar ook andere afspraken komen voor), waarna de mediation van start gaat.
  6. De rechter-commissaris is geen partij bij de mediation. De curator zal op verzoek van de rechter-commissaris of eigener beweging tussentijds mondeling kunnen rapporteren en overleg plegen met de rechter-commissaris en heeft diens toestemming nodig voor het aangaan van een vaststellingsovereenkomst. De rechter-commissaris is niet gehouden aan de geheimhouding indien en voorzover dit in strijd zou zijn met het uitoefenen van zijn wettelijke bevoegdheden. Partijen en de mediator dienen daarmee rekening te houden. Mediators die meedoen aan de pilot zijn verplicht hieromtrent een bepaling op te nemen in de mediationovereenkomst conform de tekst zoals vastgesteld door het Mediationbureau: “Het is partijen bekend dat de curator in faillissementen voor het aangaan van een vaststellingsovereenkomst de toestemming nodig heeft van de rechter-commissaris. De rechter-commissaris is om die reden niet aan de geheimhouding gehouden, indien en voorzover dat in strijd is met het bepaalde in de Faillissementswet. Tijdens de mediation wordt besproken of en welke feiten, gegevens of voorstellen de curator zal bespreken met de rechter-commissaris”
  7. Na afloop van de mediation vullen partijen en de mediator een evaluatieformulier in, welke worden ingediend bij het Mediationbureau.


Bron: rechtspraak.nl